Regen heeft een slechte reputatie, maar kinderen zien dat anders. Voor hen is een plas een zwembad, een spiegel en een trampoline ineen. Met het juiste regenpak en een paar stevige laarzen kun je bijna altijd naar buiten, en de kans is groot dat je een groot deel van de middag zoet bent. Wie eenmaal in een plas heeft gesprongen, kijkt de volgende keer al naar de lucht: komt er regen?
De juiste kleding
Een regenpak in één stuk of een jas met broek houdt het kind droog. Laarzen moeten hoog genoeg zijn, zodat er geen water in stroomt. Extra sokken, een handdoek en droge kleren voor na afloop horen in de tas. Een muts onder de capuchon houdt het warm, en handschoenen voorkomen koude vingers. Kies kleuren die goed zichtbaar zijn, zeker bij grijs weer.
Zoek een goede plas. Een ondiepe plas op een rustig pad, een grasveld of een lege parkeerplaats is prima. Kijk eerst hoe diep de plas is, want onder het water kan een kuil zitten. Blijf uit de buurt van verkeer en sloten, en zorg dat een volwassene altijd in de buurt is.
Spelletjes met water
Er zijn veel spelletjes. Wie maakt de grootste plons? Wie kan met één sprong over de plas? Maak bootjes van bladeren of takjes en laat ze varen, of teken met een stok in het water. Kinderen bedenken vanzelf spelletjes als je ze laat spelen. Een volwassene die meedoet en een grote plons maakt, wordt meteen de held van de dag.
Als het nat en koud wordt, is het tijd om te stoppen. Kijk of de handen warm zijn, of het kind nog lacht en of de sokken nog droog zijn. Een warme kop chocolademelk of thee thuis maakt het af. Hang de natte kleren op, zet de laarzen te drogen en vertel elkaar wat de grootste plons was.
De volgende keer dat het regent, hoef je dus niet te zuchten. Trek de laarzen aan, pak de paraplu en ga naar buiten. Vaak is de straat dan bijna leeg, en klinkt er alleen het vrolijke geluid van kinderen die in plassen springen. Zo wordt een grijze dag een feest, en heb je iets om over te praten.