Touwtjespringen en spelletjes met het springtouw

Landschapsillustratie

Een springtouw past in elke jaszak en is bijna overal te gebruiken. Op de speelplaats, in de tuin of op een rustig stuk voetpad kunnen kinderen springen, tellen, zingen en elkaar aanmoedigen. Je kunt het alleen doen, met twee of met een hele groep. En het mooie is dat iedereen op zijn eigen niveau kan meedoen: van een klein hupje tot ingewikkelde sprongen.

Alleen springen

Voor de kleintjes is het al een uitdaging om het touw over het hoofd te zwaaien en eroverheen te stappen. Laat ze rustig oefenen, zonder dat iemand toekijkt of telt. Wie het touw laat vallen, begint gewoon opnieuw. Een touw dat niet te lang en niet te kort is, maakt het makkelijker: als je in het midden staat, moet het tot aan je oksels reiken.

Springen met een lang touw is een groepsspel. Twee kinderen draaien het touw, en de anderen springen erin en eruit. Je kunt rijmpjes zingen die bij het ritme passen. Wie moet erin, wie mag eruit en wie wordt de volgende draaier? Zo wisselen de rollen, en iedereen krijgt een beurt.

Het touw kan ook anders. Leg het op de grond als een rivier om overheen te springen, als een slang om achteraan te lopen of als een lijn om op te balanceren. Sommige kinderen bedenken er een hele wereld bij. Een touw is zo een heel avontuur op zich.

Op een goede plek

Zorg voor een vlakke ondergrond. Gras is zachter, maar een gladde stoep draait gemakkelijker. Draag schoenen die goed zitten. Let op andere kinderen die voorbijlopen en zorg voor voldoende ruimte om het touw te zwaaien. Een volwassene die af en toe meespringt, is een grote hit.

Verzamel een aantal rijmpjes en liedjes om samen te zingen. Kinderen kennen er vaak meer dan je denkt en ze delen ze graag met elkaar. Een lang touw in de speelplaatstas of op de fiets kan een hele middag vullen. Zo groeit touwtjespringen uit tot een vaste gewoonte, waar de hele buurt naar uitkijkt en waarbij ook grotere kinderen graag meedoen.