Een blinde muur, een bal en wat ruimte: meer heb je niet nodig. Ballenspelletjes tegen een muur zijn een klassieker, en ze werken voor kinderen en volwassenen. De bal kaatst terug, en dat is genoeg om spelletjes te bedenken. Op de speelplaats, in de tuin of aan de zijkant van het huis kun je urenlang bezig zijn met gooien, vangen en opnieuw beginnen.
De juiste muur
Kies een muur zonder ramen, zonder fietsen en zonder deuren die kunnen beschadigen. Een garagemuur of een muur van de speelplaats is ideaal. Denk aan de buren: een zachte bal maakt minder lawaai dan een harde. Zorg voor een stuk vlak terrein, zodat je niet struikelt terwijl je de bal probeert te vangen. En let erop dat de bal niet naar de straat rolt.
Begin eenvoudig: gooi de bal tegen de muur en vang hem op. Als dat lukt, kun je in je handen klappen voordat je vangt, een halve draai maken of de bal eerst laten stuiteren. Elke worp krijgt een nieuw trucje, en wie een fout maakt, begint opnieuw of geeft de bal door aan de volgende. Kinderen bedenken graag hun eigen trucjes, en dat maakt het spel steeds anders.
Met meerdere spelers wordt het een beurtspel. De ene speler gooit tegen de muur en noemt een dier. De volgende vangt de bal en noemt een nieuw dier dat begint met de laatste letter van het vorige. Zo combineer je bewegen met woordenspelletjes, en niemand merkt dat de tijd voorbijgaat.
Met de afstand spelen
Sta dichtbij voor kleine kinderen en verder weg voor grotere. Een streep krijt op de grond kan de lijn zijn. Wie de bal na één keer stuiteren vangt, mag een stap terug. Zo blijft het spel uitdagend voor iedereen, ook als de leeftijden en het kunnen ver uit elkaar liggen. Laat de kinderen zelf beslissen hoe ver ze willen staan.
Na een tijdje wordt het lastiger, en dat is prima. Pauzeer, drink iets en kijk naar elkaar. Kinderen zijn trots als ze een nieuw trucje hebben bedacht, en je kunt ze laten voordoen. Zo eindigt een simpele bal met een muur in een fijne middag, en bij het volgende bezoek aan de speelplaats hebben ze alweer nieuwe ideeën.